LUMBALE INSTABILITEIT : CONSEQUENTIES VOOR DE
KINESITHERAPEUT
BISSCHOP Pierre, PT,
Dip OM
Belgische Wetenschappelijke Vereniging voor Orthopedische Geneeskunde (Cyriax), BWVOG
Lumbale instabiliteit wordt heel dikwijls vermeld als
onderliggende oorzaak voor chronische of recidiverende lage rugklachten. Men
laat vaak in het midden of de instabiliteit primair verantwoordelijk is voor
pijnklachten of enkel voor de secundaire gevolgen (b.v. discusverplaatsingen,
overbelasting van de posterieure structuren, wortelcompressie).
Wanneer het echter komt tot een omschrijving van wat
‘instabiliteit van de lumbale wervelkolom’ inhoudt, dan mondt dit vaak uit in
vage en onduidelijke definities.
Definitie
In zijn meest eenvoudige vorm kan instabiliteit
omschreven worden als "een abnormale respons op externe belasting met als
gevolg een toename van de beweeglijkheid van een bewegingssegment voorbij de
grenzen van de normale mobiliteit".1,2
In het licht van de biomechanica van de lumbale
wervelkolom geeft Panjabi een definitie die volgt uit het concept van de
‘neutrale zone’.
In een bewegingssegment kan de bewegingsuitslag
onderverdeeld worden in
-een neutrale zone – het eerste deel van de beweging waar
weinig interne spanning optreedt, en
-een elastische zone – het laatste deel van de beweging
waarbij, naar het einde toe, interne weefselspanning optreedt.
Instabiliteit wordt dan "een vermindering van de
mogelijkheid van het stabiliserend systeem van de wervelkolom om de neutrale
zone van de bewegingsuitslag van een segment binnen de fysiologische grenzen te
houden".3
Een klinische definitie geven is moeilijk omdat er nog
steeds geen duidelijke en aanvaarde klinische normen bestaan om instabiliteit
te diagnosticeren.
Stabiliteit
van de wervelkolom
De stabiliteit van de (lumbale) wervelkolom berust op een
interactie tussen enerzijds statische en dynamische elementen, en anderzijds
een systeem van neuromusculaire controle.
De statische
elementen bevatten de wervellichamen, de discus intervertebralis, de
facetgewrichten, incl. de gewrichtskapsels, en de spinale ligamenten.
De stabiliserende functie verloopt vooral binnen de
elastische zone van het amplitudo van het segment.4
Afhankelijk van de beweging die uitgevoerd wordt, gaan
bepaalde onderdelen van het segment een stabiliserende functie uitoefenen.
Tijdens een flexiebeweging zijn dat de posterieure
ligamenten, de facetgewrichten en de discus.
Tijdens extensie gebeurt de stabilisatie vooral door het
lig, longitudinale anterius, de anterieure annulus fibrosus en de
facetgewrichten.
Rotatiebewegingen worden gecontroleerd vanuit de discus,
de facetgewrichten en – in de laagste segmenten – de iliolumbale ligamenten.5,6,7
Onder invloed van b.v. trauma of degeneratie kan het
stabiliserend effect van de statische structuren verminderen omdat de neutrale
zone vergroot en dus een beroep moet worden gedaan op de dynamische elementen
om instabiliteitstoestanden te verhinderen.
De dynamische
elementen zijn het spinale spier-peesapparaat en de thoracolumbale fascie.
De spierstructuren hebben een directe (voorkomen van beweging) of indirecte
werking (spiercontractie veroorzaakt compressiekrachten).
Over de stabiliserende werking van de verschillende
spieren raakt steeds meer bekend (M. erector spinae, Mm. obliqui abdominis, M
transversus abdominis, M. multifidus).8,9,10
Het neurale
controlesysteem – de wervelkolom, de spieren en een controle-eenheid –
speelt een belangrijke rol in de stabilisatie van de wervelkolom.
Veranderingen in de evenwichten van de wervelkolom
tijdens beweging en belasting worden geregistreerd door geleidingselementen in
de ligamenten die de informatie doorspelen naar de controle-eenheid. Die kan op
haar beurt bepaalde spiergroepen in werking zetten die de stabiliteit weer gaan
verzekeren.
Electromyografische studies hebben aangetoond dat de
neuromusculaire controle afneemt bij patiënten met lage rugklachten. Men heeft
gezien dat er een reflexboog bestaat van de mechanoreceptoren in de
supraspinale ligamenten naar de M. multifidus.5
Classificatie
van lumbale instabiliteit
De voornaamste categorieën van segmentale instabiliteit
zijn :
1) Fracturen en luxaties,
2) Infecties van de wervellichamen,
3) Primaire en metastatische neoplasmen,
4) Spondylolisthesis bij kinderen,
5) Instabiliteit op degeneratieve basis,
6) (Progressieve scoliose bij kinderen).11
Instabiliteit op basis van trauma, infectie en tumoren
ontstaat ten gevolge van de mechanische verzwakking van het voorste deel van de
wervelkolom. Spondylolisthesis bij
adolescenten en volwassenen is gewoonlijk niet evolutief en asymptomatisch, en
zou pas in combinatie met discusdegeneratie symptomatisch kunnen worden.12
Degeneratieve spondylolisthesis staat in rechtstreeks
verband met het normale verouderingsproces van de wervelkolom, dat in drie
fasen verloopt.13
Het beginstadium van de degeneratie is gekenmerkt door
een dysfunctie van de discus met als
direct gevolg overbelasting van de achterste ligamenten en de facetgewrichten.
Dan volgt een fase van instabiliteit
van het bewegingssegment met ligamentaire laxiteit.
Dit is ook de periode waarin de meeste symptomatische
discusverplaatsingen optreden. In een
laatste stabilisatiefase zullen de
degeneratieve veranderingen (spondylose, spondylartrose) een direct
stabiliserend effect hebben op het bewegingssegment. In vivo en in vitro studies hebben deze evoluties
bevestigd.14
Voor de therapeut zal het van belang zijn om deze
anatomische en functionele veranderingen te verwoorden in een klinische
terminologie waarop dan een diagnose en eventuele behandeling kan gebaseerd
worden.
Een classificatie voor degeneratieve lumbale
instabiliteit werd als volgt voorgesteld :
1) Primaire instabiliteit (b.v. rotatoir,
overdreven translatie, retrolisthesis),
2) Secundaire instabiliteit na chirurgische
interventies (b.v. discectomie, laminectomie, fusie, chemonucleolyse).15
Deze verschillende vormen van degeneratieve instabiliteit
komen voor, zowel bij symptomatische als asymptomatische patiënten. De moeilijkheid bestaat erin criteria te
ontwikkelen voor wat als normaal of abnormaal kan bestempeld worden.
Instabiliteit
in relatie tot de mechanische aandoeningen van de lumbale wervelkolom
Instabiliteit van het bewegingssegment – zelfs indien er
duidelijke radiologische tekens zijn – is niet per definitie symptomatisch. Het
kan echter wel predisponeren tot secundaire aandoeningen die dan wel
verantwoordelijk kunnen zijn voor de klachten :
1) Ligamentaire overrekking,
2) Recidiverende discodurale conflicten,
3) Zenuwwortelcompressie in een vernauwde laterale
recessus.
Segmentale instabiliteit en ligamentaire overrekking
Er is niet noodzakelijk een letsel aanwezig. Normale
ligamentaire structuren kunnen ten gevolge van een hypermobiliteit van het
segment in bepaalde posities onder aanhoudende en verhoogde spanning komen.
Dit fenomeen komt meestal voor in de
dysfunctiefase : er is wat laxiteit van het bewegingssegment en de
neutrale zone binnen de beweging is vergroot.
De patiënt is meestal een jonge volwassenen met diffuse
pijnklachten in het gebied van de lage rug en de sacroiliacale regio. De pijn is duidelijk houdingsgebonden. Beweging doet de klachten afnemen en er is
een ruime beweeglijkheid van de wervelkolom.
Segmentale instabiliteit en discodurale conflicten
Het is aan te nemen dat hypermobiliteit van het
bewegingssegment verantwoordelijk kan zijn voor discusverplaatsingen die leiden
tot recidiverende of chronische discodurale conflicten. De pijnklachten ontstaan als gevolg van de
discodurale interactie en zijn niet een rechtstreeks gevolg van de
instabiliteit.
De patiënt beschrijft een beeld dat compatibel is met een
discoduraal conflict. Er zijn
regelmatige aanvallen van lage rugpijn
en tussen de aanvallen is de patiënt klachtenvrij. De minste plotse of
verkeerde beweging kan de klachten uitlokken.
Discusbehandeling zal hier geen blijvend resultaat
geven. Ook de instabiliteit moet
aangepakt worden.
Segmentale instabiliteit en laterale recessus stenose
De retrolisthesis die gepaard gaat met de instabiliteit
kan verantwoordelijk zijn voor de vernauwing van het radiculair kanaal met als
gevolg mogelijk compressie van de zenuwwortel.
De patiënt is ouder en vertoont ischialgiforme
klachten. De klachten worden beïnvloed
door compressie (staan, gaan) en verdwijnen bij kyfosering (zitten, bukken).
Lumbale
instabiliteit : diagnose
Het is tegenwoordig populair om ‘instabiliteit’ als
diagnose te poneren. Er zijn echter nog
steeds geen duidelijke criteria vastgelegd om instabiliteit met zekerheid als
oorzaak van klachten te kunnen vaststellen.
Elementen zoals frequente recidieven na triviale
situaties, laterale deviaties bij vorige aanvallen, korte-termijn resultaten
van manipulatie en verbetering van de klachten na bracing zouden op
instabiliteit kunnen wijzen.16
Palpatoir bewegingsonderzoek naar hypermobiliteit lijkt ons te subjectief. Er is nog steeds geen evidentie dat dergelijke onderzoekstechnieken in dit kader waardevol zouden zijn.17
Andere auteurs hebben de ‘instability catch’ – een plotse versnelling of vertraging van de beweging, of een afwijkende beweging tijdens het bewegingsverloop – als teken van instabiliteit aangegeven.18 Dit lijkt ons echter niet precies genoeg.
De beschrijving, door MacNab,19 van de ‘reversal of the normal spinal rhythm’ lijkt ons aanvaardbaar als karakteristiek voor segmentale instabiliteit.
Wanneer een patiënt zich vanuit een flexiepositie opricht is er normaal een vloeiend lumbopelvisch verloop.
Wanneer de patiënt tijdens de oprichtingsfase vanuit flexie op een bepaald moment de heupen en de knieën gaat buigen om op die manier het bekken onder de wervelkolom te plaatsen en zo naar stand te komen, dan zou dat op een instabiliteit kunnen wijzen.
Waarschijnlijk is uiteindelijk de normale radiografie nog de beste methode om instabiliteit vast te stellen.
Discusdegeneratie is een frequent voorkomende bevinding, zowel bij symptomatische en asymptomatische patiënten en kan dus geen echt criterium vormen.
MacNab beschouwt het voorkomen van ‘traction spurs’ (minieme osteofytvorming op de randen van het wervellichaam) als een teken van instabiliteit.20
Dit artikel is gebaseerd
op : Ombregt L. Lumbar instability. In : Ombregt L, Bisschop P, ter
Veer HJ A System of Orthopaedic Medicine, 2nd edn. Churchill Livingstone, 2003 :837-846
BIBLIOGRAPHIE
1.
Pope MH, Panjabi
M. Biomechanical definitions of spinal instability. Spine 1985; 10:255-256.
2.
American Academy
of Orthopaedic Surgeons. A glossary on spinal terminology. American Academy of
Orthopaedic Surgeons, Chicago, 1985:34.
3.
Panjabi MM,
Oxland TR, Yamamoto I, Crisco JJ. Mechanical behavior of the human lumbar and
lumbosacral spine as shown by three-dimensional load-displacement curves. J Bone Joint Surg 1994; 76A:413-424.
4.
Panjabi MM, Goel
VK, Takata K. Physiologic strains in the lumbar spinal ligaments: an in vitro biomechanical study. Spine 1982;7:192-203.
5.
Solomonow M, Zhou
B, Harris M, Lu Y, Baratta RV. The
ligamento-muscular stabilizing system of the spine. Spine 1998;23:2552-2562.
6.
Sharma M,
Langrana NA, Rodriguez J. Role of ligaments and facets in lumbar spinal
stability. Spine 1995;20:887-900.
7.
Basadonna P-T,
Gasparini D, Rucco V. Iliolumbar ligament insertions; in vivo anatomic study. Spine
1996;21:2313-2323.
8.
Gudavalli MR,
Tirano JJ. An analytical model of lumbar motion segment in flexion. J Manipul Physiol Ther 1999;22:201-208.
9.
Macintosh JE,
Bogduk N. The biomechanics of the lumbar multifidus. Clin Biomech 1986;1:205-213.
10.
Hodges PW,
Richardson A. Inefficient muscular stabilization of the lumbar spine associated
with low back pain. Spine 1996;21:2640-2650.
11.
Frymoyer JW. Segmental instability. In: Frymoyer JW (ed) The Adult Spine. Raven Press, New York,
1991:1873-1891.
12.
Floman Y.
Progression of lumbosacral isthmic spondylolisthesis in adults. Spine 2000;25:342-347.
13.
Kirkaldy-Willis
W. Managing Low Back Pain. Chuchill
Livingstone, New York, 1988:55.
14.
Wilder DG, Pope
MH, Frymoyer JW. The biomechanics of lumbar disc herniation and the effect of
overload and instability. J Spinal Disord
1988;1:16-33.
15.
Boden SD, Wiesel SW. Lumbosacral segmental motion in normal individuals.
Have we been measuring instability properly? Spine 1990;15:571-576.
16.
Delitto A, Erhard
RE, Bowling RW. A treatment-based classification approach to low back syndrome:
identifying and staging patients for conservative treatment. Phys Ther 1995;75:470-485.
17.
Maher CG, Adams
R. Reliability of pain and stiffness assessments in clinical manual lumbar
spine examination. Phys Ther 1994;74:801-809.
18.
Ogon M, Bender
BR, Hooper DM et al. A dynamic
approach to spinal instability, part II: hesitation and giving-away during
interspinal motion. Spine 1997;22:2859-2866.
19.
MacNab I. Backache. Williams & Wilkins,
Baltimore, 1983:119.
20.
MacNab I. The
traction spur: an indicator of segmental instability. J Bone Joint Surg 1971;53A:663-670.
21.
Shaffer WO,
Spratt KF, Weinstein J, Lehmann TR, Goel V. Volvo award in clinical sciences.
The consistency and accuracy of roentgenograms for measuring sagittal
translation in the lumbar vertebral motion segment. An experimental model. Spine 1990;15:741-750.
22.
Hodges PW. Is
there a role for transversus abdominis in lumbopelvic stability? Manual Therapy 1999;4(20):74-86.
23.
Hides J, Stokes
MJ, Saide ML et al. Evidence of
lumbar multifidus muscle wasting ipsilateral to symptoms in patients with
acute/subacute low back pain. Spine
1994;19:165-172.
24.
Wilke H, Wof S,
Claes LE et al. Stability increase of
the lumbar spine with different muscle groups. Spine 1995;20:192-198.
25.
Richardson CA,
Jull GA. Muscle control-pain control: what exercises would you prescribe? Manual Therapy 1995;1:2-10.
26.
O’Sullivan PB,
Twomey LT, Allison GT. Evaluation of specific stabilizing exercise in the
treatment of chronic low back pain with radiologic diagnosis of spondylolysis
or spondylolisthesis. Spine 1997;22:2959-2976.
27.
Klein R, Dorman
T, Johnson C. Proliferant injections for low back pain: histologic changes of
injected ligaments and objective measurements of lumbar spinal mobility before
and after treatment. J Neurol Orthop Med
Surg 1989;10:123-126.
28.
Klein R, Eek B,
DeLong B, Mooney V. A randomized double-blind trial of
dextrose-glycerine-phenol injections for chronic low back pain. J Spinal Disord 1993;6:23-33.
29.
Sonntag VKH,
Marciano FF. Is fusion
indicated for lumbar spinal disorders? Spine
1995;20(suppl):138S-142S.