EVIDENCE BASED PRACTICE OVER
ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN GESTOORDE HOUDINGS- EN BEWEGINGSCONTROLE BIJ
PATIËNTEN MET
LAGE RUGKLACHTEN.
REVAKI Vrije Universiteit en Academisch Ziekenhuis V.U.Brussel.
Lage
rugklachten wordt door artsen het meest frequent gebruikt als reden tot
verwijzen naar de kinesitherapeut. Uit een enquête over kennis bij huisartsen
van indicaties voor kinesitherapie uitgevoerd door 'De Artsenkrant'(2002)
blijken lage rugklachten een van de (weinige) indicaties te zijn voor
kinesitherapie waarover bij artsen een groeiende consensus bestaat.
Nu de
gezondheidszorg steeds meer door ‘Evidence Based Medicine’ wordt geregeerd
zullen wij als kinesitherapeuten vaker dan vroeger worden aangesproken om een
verklaring te geven voor de werkingsmechanismen van ons klinisch handelen bij
deze patiëntengroep.
Het
benoemen van de stoornissen die bij deze patiënten kunnen worden vastgesteld en
wat de kinesitherapie daaraan denkt te kunnen veranderen zal bijdragen tot het
inzichtelijk maken en legitimeren van de kinesitherapeutische interventie.
Bij het
formuleren van een heldere omschrijving van de gevolgen van
gezondheidsproblemen relevant voor de kinesitherapie maakt men best gebruik van
de ICF, de Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren.
Zodoende kunnen gevolgen van ziekte worden ondergebracht in (1) stoornissen van
fysiologische of psychische functies, (2) beperkingen in activiteiten en (3)
participatieproblemen.
Uit recent
klinisch onderzoek, uitgevoerd aan de VUBrussel blijkt dat we in de categorie
‘stoornissen’ van het ICF bij patiënten met aspecifieke chronische lage
rugklachten naast gestoorde pijnwaarneming, beweeglijkheid en spiertonus ook
een gestoorde controle van het lokale evenwicht kunnen toevoegen. Deze op
wetenschappelijk onderzoek gebaseerde kennis kan door de kinesitherapeut in de
dagelijkse praktijk worden toegepast.
Zo is het
mogelijk met een eenvoudige evenwichtstest in zit op een tol een betrouwbare en
reproduceerbare evaluatie van de stoornis van controle over handhaven van de
zithouding uit te voeren (Paulus et al.,, 2001 en Van Daele et al.,, 2002).
Deze gestandaardiseerde evaluatie kan zodoende door de kinesitherapeut gebruikt
worden om een uitspraak te doen over mogelijk onderhoudende factoren van de
aandoening en eventueel risico voor recidief.
Bij het
oefenen van controle over houding en beweging en het trainen van
bewegingspatronen met stabilisatie van bekken en lage rug in de neutrale stand
kan een beter houdingsgevoel worden nagestreefd. Het doel hiervan is het risico
op overbelasting te verminderen en de frequentie van recidief van pijnopstoten
terug te dringen.
Bij dit
alles moet zo langzaam duidelijk worden dat de afstand tussen wetenschap en
praktijk niet zo groot is als menig kinesitherapeut wel denkt. "Meten is
weten" en het beoordelen van de status en evolutie van de patiënt met lage
rugklachten is slechts mogelijk wanneer we de drie dimensies van de gevolgen
van ziekte op gezondheid evalueren en evolutie documenteren.
Van het
handzaam instrument op het niveau van stoornissen dat nu voorhanden is blijkt
de betrouwbaarheid aanvaardbaar voor de klinische praktijk.
Verder
gebruik in de klinische praktijk zal zeker nog verbeteringen kunnen aanbrengen
en voortgezet wetenschappelijk onderzoek zal de validiteit van het instrument
nog verder moeten documenteren.