DE WAARDE VAN HET GEBRUIK
VAN FYSIOLOGISCHE BEWEGINGEN IN HET FUNCTIEONDERZOEK VAN HET BEWEGINGSAPPARAAT
Kinesitherapeut
Docent Belgische Wetenschappelijke
Vereniging voor Orthopedische Geneeskunde (Cyriax), B.W.V.O.G.
Het beoordelen van een weke-delendysfunctie kan op verschillende manieren gebeuren.
Er zal daarbij steeds van bewegingen gebruik moeten gemaakt worden.
Fysiologische bewegingen zullen in het basis klinisch onderzoek zowel actief als passief uitgevoerd worden.
Ze worden in de eerste plaats gebruikt om de typische klacht van de patiënt – meestal pijn – te reproduceren ('selective tension testing').
Daarbij zal het amplitude en het specifiek eindgevoel van elke beweging in aanmerking genomen worden en vergeleken met de niet aangedane zijde of met gekende standaardamplitudes.
De waarde van het gebruik van fysiologische bewegingen ligt op verschillende vlakken.
Ze zijn gemakkelijk uitvoerbaar en door de patiënt gekend.
Ze zijn meetbaar, reproduceerbaar en controleerbaar.
De nul-positie en de standaard ROM van elke beweging is in de bewegingswetenschap voldoende bekend.
Uit de toegepaste anatomie kennen we bovendien de verschillende structuren die deelnemen aan een fysiologische beweging.
Daarnaast blijkt uit studies dat de intra- en intertester betrouwbaarheid van de meeste fysiologische bewegingstesten voldoende groot is.
Door middel van fysiologische bewegingen worden de weke delen op rek (spanning) gebracht of gecomprimeerd.
Wanneer daardoor de typische klacht van de patiënt wordt geproduceerd of verergerd, wordt de bewegingstest positief beschoud.
Door het
uitvoeren van een beperkt aantal relevante testen rond een gewricht onstaat zo
een geheel van positieve en negatieve bevindingen (pijn, bewegingsbeperking,
veranderd eindgevoel).
Daaruit kan uiteindelijk een patroon worden
gedistilleerd dat steeds terugkeert bij bepaalde aandoeningen.
Dit patroon kan er een zijn van pijn bij
bepaalde bewegingen, of van bewegingsbeperkingen volgens een bepaalde
proportie, of van zwakte b.v. In sommige gevallen kunnen specifieke
fysiologische bewegingen de lokalisatie van het letsel binnen de gelaedeerde
structuur aantonen: we spreken dan van 'lokaliserende tekens'.
Het eindgevoel bij de passieve bewegingen
geeft o.a. een idee over de actualiteit of de graad van inflammatie van een
letsel en bepaalt dus voor een deel de therapeutische keuzes.
Tevens laat het ons toe de evolutie van
bepaalde aandoeningen te volgen en de prognose te geven.
Wanneer ze op een technisch correcte manier worden uitgevoerd en op een
intelligente wijze worden geïnterpreteerd zijn fysiologische bewegingen meestal
voldoende en soms onmisbaar om dysfuncties van de weke delen aan te tonen en
klinische beslissingen te treffen.
Het ontdekken van alarmerende tekens zal
daarentegen meestal verder specialistisch en inzonderheid technisch onderzoek vergen.
Voor de rest past een gezonde
terughoudendheid in verband met het laten uitvoeren en interpreteren van
technisch diagnostisch onderzoek.