SARCOPENIE,
ZIJN OUDE SPIEREN WAARDELOOS?
Licentiaat
Motorische Revalidatie & Kinesitherapie
Manueel Therapeut
Onderzoeksassistent
Vrije Universiteit Brussel
Bij het ouder worden ondergaat het menselijk lichaam verregaande fysieke
en fysiologische veranderingen.
Meest opvallend is de leeftijdsgebonden
afname in dwarsgestreepte spiermassa of 'sarcopenie'.
Dit proces start ongeveer op 25-jarige
leeftijd en kent een sluipend verloop a ratio van 1% verlies aan spiermassa en
spierkracht per levensjaar.
Dit leidt tot een gemiddeld verlies van 30%
spierkracht en 40% spiermassa tussen 20- en 70-jarige leeftijd.
Vanaf het 70ste levensjaar neemt
dit proces dramatische proporties aan met 30% à 40% afname in spierkracht per
levensdecade.
Deze afname aan
spierkracht tussen 20 en 50 jaar leidt doorgaans niet tot beperkingen in
activiteiten van het dagelijks leven.
Het supplementaire verlies tussen 50 en 80 jaar daarentegen zorgt voor
een significante daling van de functionele capaciteiten.
Het leeftijdsgebonden verlies aan
dwarsgestreepte spiermassa is gedeeltelijk te wijten aan een significante
afname in aantal type I en type II spiervezels en een verkleining van de
spiercellen, waarbij de type II spiervezels een voorkeur vertonen tot atrofie.
Deze afname aan spiermassa met het ouder
worden blijkt in sterke mate bij te dragen tot het leeftijdgebonden verlies aan
spierkracht.
Bovendien wijzen verschillende studies
eveneens op een verminderde vaardigheid om de spieren maximaal te laten
samentrekken met toenemende leeftijd.
Het onderliggende
mechanisme achter deze musculaire veroudering is nog niet volledig achterhaald.
Een sedentaire levensstijl en onderbelasting van het bewegingsapparaat
zouden een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van sarcopenie.
Nochtans wijzen verschillende studies op een
gelijkaardige tendens bij senior atleten die op hoog niveau blijven presteren.
Wellicht liggen meerdere processen aan de
basis van sarcopenie.
Binnen de verschillende factoren die
bijdragen tot de spieratrofie op hogere leeftijd is er toenemende evidentie
voor de significante invloed van inflammatoire processen.
Hierbij zijn met name de cytokines IL-1, IL-6
en TNF-α bekend voor hun proteolytische eigenschappen.
De veroudering van het immuunsysteem zou
kunnen leiden tot een verhoogde aanwezigheid van deze cytokines in de
bloedcirculatie.
Bovendien zijn pathologische situaties met
inflammatoir karakter (infecties, brandwonden, traumata en chirurgische
ingrepen) extra bedreigend voor de zelfredzaamheid van oudere patiënten.
Het niveau van fysieke activiteiten bij senioren is doorgaans
betreurenswaardig.
Nochtans wijzen talrijke studies op de
gunstige effecten van fysieke oefenprogramma's voor senioren betreffende de
spierkracht, het uithoudingsvermogen, de cholesterolemie, de bloeddruk, de
botdensiteit en valpreventie.
De modaliteiten van fysieke oefeningen die de spierkracht en spiermassa
optimaal laten toenemen zijn gelijkaardig voor senioren als voor 'jongeren'.
Intensieve krachttraining is de meest geschikte
oefenvorm om een indrukwekkend aandeel aan spierkracht en spiermassa terug te
winnen bij ouderen die verzwakt zijn door sarcopenie.
Deze oefeningen zijn, in tegenstelling tot conservatieve denkwijzen,
goedaardig; zelfs bij fragiele ouderen en uiteenlopende co-morbiditeit.
Conventionele oefenprogramma's voor oudere patiënten zijn dikwijls te
flauw.
Senioren beschikken immers nog over
belangrijke fysieke adaptatieve mogelijkheden.
De mechanismen aan de basis van deze winst in
spierkracht en spiermassa na krachttraining zijn slechts gedeeltelijk gekend.
Hier opnieuw zou er een invloed bestaan van inflammatoire mediatoren
(cytokines) bij intensieve krachttraining.
De aanwezigheid van chronische inflammatoire pathologie in combinatie met
een sedentaire levensstijl kan de ontwikkeling van sarcopenie sterk versnellen.
Het voorschrijven van weerstandsoefeningen is een van de pijlers binnen
de preventieve en therapeutische aanpak van oudere patiënten.
Binnen de gezondheidszorg, en meer bepaald binnen de reorganisatie van de
kinesitherapie, wordt steeds meer gepleit voor een actieve therapeutische aanpak.
Voor fragiele senioren bestaat heden de mogelijkheid om op langere
termijn (F-lijst) een revalidatieprogramma bestaande uit fysieke oefeningen te
volgen bij de kinesitherapeut. Binnen de sociale zekerheid bestaan er
tegenwoordig echter onvoldoende mogelijkheden om preventief te werk te gaan.
Voor de niet-fragiele senioren bieden de
huidige (commerciële) fitnesscentra de ideale infrastructuur en voldoende
bekwame begeleiders om senioren aan fysieke oefening te laten doen.
Afhankelijk van de omstandigheden waaronder
mensen op hogere leeftijd aan fysieke oefening wensen deel te nemen zal het
opstarten van een oefenprogramma moeten voorafgegaan worden door een al dan
niet uitgebreide medische evaluatie.
Hierbij is een optimale communicatie tussen
de arts en de kinesitherapeut en/of sportbegeleider essentieel.