OSTEOPOROSE
In
België lijdt 3% van de mannen en 15% van de vrouwen van 65 jaar of ouder aan
osteoporose (Gezondheidsenquête, 1997). In Brussel en in het zuiden van het
land is een hogere prevalentie vastgesteld. Ter vergelijking, in een
Amerikaanse groep van blanke vrouwen zou meer dan de helft van de vrouwen van
60 jaar en ouder aan osteoporose lijden (onvoldoende BMD op drie plaatsen van
het skelet). Enerzijds lijken de cijfers erg hoog en anderzijds is de
operationele waarde van de maatregelen om risicopersonen voor een fractuur te
identificeren twijfelachtig. Omgekeerd lijden waarschijnlijk heel wat personen
op leeftijd in België aan osteoporose terwijl hun BMD niet wordt gecontroleerd
en/of zij niet worden behandeld.
Er zijn geen
gegevens over de frequentie van valpartijen in België maar internationale
studies tonen aan dat nagenoeg een derde van de personen van 65 jaar en ouder
ten minste één keer per jaar vallen; 5% van deze valpartijen gaan gepaard met
een fractuur. In de USA bedraagt de jaarlijkse incidentie van trauma’s die
worden behandeld in het ziekenhuis : 84/1000 personen van 65 jaar en ouder.
De analyse
van de Minimale Klinische Gegevens biedt de gelegenheid om de incidentie van
heupfracturen te berekenen : 2% voor vrouwen van 85 tot 89 jaar en meer dan
2,5% voor vrouwen ouder dan 90 jaar. Mannen lopen nagenoeg hetzelfde risico
maar dan met een leeftijdsverschil van 6 tot 7 jaar ouder. De incidentie van
femurfracturen (waarvoor opname is vereist) is lager in Vlaanderen dan in
Wallonië en Brussel.
In de USA en
in Noord en West-Europa ligt de incidentie van heupfracturen hoger dan in de
rest van de wereld. In de USA worden personen van aziatisch en blank ras vaker
getroffen dan personen van het zwarte ras. Tussen bevolkingsgroepen van het
blanke ras met een vergelijkbare levensstijl verschillen deze cijfers niet erg.
Heupfracturen
hebben de zwaarste gevolgen : 10 tot 20% sterfgevallen, slechts 20 tot 60% van
de overlevenden wordt weer even onafhankelijk als tevoren, 15 tot 25% verblijft
voortaan in een instelling en 25 tot 35% keert terug naar huis maar blijft
hulpbehoevend.
Het aan
heupfracturen en/of valpartijen toegeschreven sterftecijfer schommelt tussen 90
en 100/100.000 in de populatie van 65 jaar of ouder. In 1993 was 1% van alle
sterfgevallen (alle leeftijden) in België het gevolg van een accidentele
valpartij en/of osteoporose.
De
leeftijdsspecifieke sterftecijfers voor mannen en vrouwen verschillen niet erg,
maar de leeftijdsspecifieke prevalentie van osteoporose en de incidentie van
heupfracturen liggen hoger bij vrouwen. Het absolute aantal vrouwelijke
sterfgevallen is niettemin groter daar er meer vrouwen zijn in de hogere
leeftijdsgroepen.
De frequentie
van osteoporotische wervelfracturen is moeilijker te bepalen. Naargelang de
gebruikte criteria kan de geschatte incidentie verdubbelen. Deze fracturen
worden vaak niet gediagnosticeerd: in de USA schat men dat slechts eenderde van
de patiënten met een wervelfractuur een klinisch onderzoek ondergaat en dat
amper eentiende van de gevallen wordt opgenomen. In Nederland heeft 40 tot 60%
van de vrouwen en 15 tot 50% van de mannen ouder dan 75 jaar een
compressiefractuur ter hoogte van de wervels.
Wervelfracturen
leiden slechts in 10% van de gevallen tot hospitalisatie, maar ook de
thuisbehandeling kan immmobilisatie vergen, met alle nadelen vandien voor een
persoon op leeftijd. Wervelfracturen kunnen erge pijn teweegbrengen en de
levenskwaliteit doen slinken. Vijf jaar na de fractuur is de overleving
dezelfde als na een heupfractuur maar wervelfracturen zijn zelden fataal en het
mortaliteitsexces moet dus aan de bestaande comorbiditeit worden toegeschreven.
Bron : http://www.iph.fgov.be/epidemio/morbidat/nl/Zie/ZIEK12t.pdf
- E-mail : Morbidat@ihe.be
Morbidat:
Morbiditeit: Actuele toestand
Copyright © 1998 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, Afdeling Epidemiologie. All rights reserved. In samenwerking met de Vlaamse en Franse Gemeenschap van België.