|
ATTITUDES
TOWARD TEACHING CHILDREN WITH
DISABILITIES : REVIEW OF LITERATURE AND RESEARCH PARADIGM ADAPTED
PHYSICAL ACTIVITY QUARTERLY, 2003, 20, 323-346 F.M. Kozub & C. Lienert Doorheen
de jaren zien we in vele landen een positieve tendens van inclusie van
kinderen met beperkingen in de lichamelijke opvoeding. Belangrijk in deze
inclusie is de rol van de leerkracht lichamelijke opvoeding. Het artikel
heeft als doel een overzicht te geven van de studies die er omtrent de ingesteldheid of houding van de leerkracht
bijzondere LO uitgevoerd zijn. Waarbij de relatie tussen houding en gedrag
van de leerkracht duidelijk wordt benadrukt. Daarnaast wordt een nieuw
voorbeeld opgesteld om resultaten uit dergelijke onderzoeken te helpen
verklaren of voorspellen en om verdere projecten te stimuleren. Houdingen
vormen een sterk bepalende factor voor gedragingen in opvoedingssettings. Met
deze stelling in het achterhoofd, is het belangrijk dat het attitudeonderzoek
van de leerkrachten lichamelijke opvoeding tegenover inclusie van kinderen
met een beperking theoretisch onderbouwd is. Deze basis vinden we terug in de
Theory of Reasoned Action of TRA, die later uitgebreid is tot de Theory of
Planned Behavior of TPB. In de
literatuur vinden we dat in de meeste onderzoeken
naar de houding van de leerkracht bijzondere LO de Physical Educators
Attitude Toward Teaching the Handicapped of PEATH als meetinstrument gebruikt
wordt. In samenloop met deze studies werden een aantal variabelen onderzocht
die de resultaten mee beïnvloeden. We onderscheiden de
studentgerelateerde (vb. niveau en type van beperking, studiejaar) en de leerkrachtgerelateerde variabelen zoals
leeftijd, geslacht, ervaring, leerschool en waargenomen competentie. De
verschillende studies gaven hieromtrent uiteenlopende resultaten waardoor de
uitkomsten met voorzichtigheid dienen geïnterpreteerd worden. Daarnaast
vond men dat een cursus bijzondere LO met een practicum een gunstige invloed
heeft op de attitudes van de leerkrachten. Verder onderzoek zou kunnen
proberen dergelijke cursussen of trainingen te standaardiseren zodat het een
constante wordt. Als
laatste word een nieuw paradigm voorgesteld bestaande uit een aantal
voorspellende factoren voor de gedragingen van leerkrachten bijzondere
lichamelijke opvoeding en uit een aantal criteria die
dat gedrag zouden kunnen beïnvloeden. Het is bedoeld om onderzoekers te
helpen om enerzijds studies te ontwikkelen over de manier waarop we de attitude van leerkrachten LO tegenover inclusie van
kinderen met een beperking kunnen evalueren en om anderzijds een
attitudeprofiel te kunnen opstellen dat bijdraagt tot betere resultaten
binnen de vermelde inclusie. Ellen VANPOUCKE |